|
Snoeien van tuinplanten
Voorjaarsbloeiende heesters
De heesters die in het voorjaar bloeien, zoals Forsythia (bloeiend hout),
Syringa (sering), Cytisus (brem) en Ribes, moeten meteen na de bloei gesnoeid
worden.Na de snoei krijgen de heesters nieuwe scheuten die het volgende
jaar weer zullen bloeien. Als deze heesters in de winter gesnoeid worden
zouden alle nieuw gevormde knoppen afgeknipt worden.
Het gevolg is dat in het voorjaar de struik slecht of in het geheel niet
zal bloeien. Dat is natuurlijk erg jammer.Prunus triloba (amandelboompje)
en Salix caprea 'Pendula' (treurwilgje) worden na de bloei tot bijna op
de stam teruggesnoeid. Meteen daarna zullen zich nieuwe scheuten ontwikkelen
die het volgende jaar weer zullen bloeien.Langzaam groeiende heesters
hebben nauwelijks snoei nodig. Een voorbeeld hiervan is de Hamamelis (toverhazelaar)
en Daphne mezereum (peperboompje).
Zomerbloeiende heesters
Er is een verschil tussen zomerbloeiende heesters, die bloeien op het
eenjarige hout en heesters die bloeien op het oude hout.Zomerbloeiende
heesters die bloeien op het eenjarige hout worden gesnoeid in het voorjaar,
maart / april, als er geen strenge vorst meer te verwachten is. Enkele
soorten zijn Ceanothus (herfstsering), Spiraea x bumalda en Lavandula
(lavendel).De Buddleja davidii (vlinderstruik) en Hydrangea paniculata
(pluimhortensia) kunnen in het voorjaar tot ongeveer 40 centimeter hoogte
afgesnoeid worden. Na de snoei loopt de plant weer uit en zal op het nieuwe
hout in hetzelfde jaar nog bloeien.Zomerbloeiers die op het oude hout
bloeien zoals, Deutzia (bruidsbloem), Philadelphus (jasmijn) en Hydrangea
(hortensia), kunnen na de bloei gesnoeid worden. Door regelmatig enkele
takken weg te knippen blijven de planten jong en zijn er elk jaar takken
die zullen bloeien.
Rozen
Wilt u lang plezier hebben van uw rozen, dan zult u ze op de juiste manier
moeten snoeien.Eind maart kunt u de rozen snoeien. Als dit snoeien eerder
gebeurt bestaat er gevaar voor bevriezing van jonge uitlopers. Een goede
snoeischaar met scherpe snijvlakken geeft de minste kans op ziektes. Gewone
struik- en stamrozen worden op 3-6 ogen van onder af gesnoeid. Erg lange
twijgen kunnen zonodig in het najaar tot 1/3 worden ingekort. Zwakgroeiende
rozen worden op 2-3 ogen ingekort. In het algemeen geldt, dat hoe sterker
de twijg is, des te meer hij teruggesnoeid kan worden. Er wordt vlak voor
een oog dat naar buiten gericht is gesnoeid. Dode stompen en dunne takjes
kunnen ook weggehaald worden.
Klimrozen snoeien
Een klimroos krijgt elk jaar nieuwe kale scheuten. Deze scheuten (twijgen)
moeten langs een hekwerk of pergola geleid worden en dragen in het volgende
jaar pas bloemen. Bij oudere twijgen (takken) die al bloeiende zijscheuten
hebben gehad, moeten de zijscheuten tot op ongeveer 2 centimeter van de
hoofdtak teruggesnoeid worden. Er zullen zich het volgende seizoen nieuwe
zijscheuten ontwikkelen die weer volop zullen bloeien. Als u de zijscheuten
zou laten zitten gaat de plant er verwilderd uitzien. Als een lange tak
enkele jaren gebloeid heeft moet hij zo diep mogelijk teruggesnoeid worden.
Uitgebloeide rozen snoeien
OnderhoudAan de voet van de rozen ontspringen vaak wilde scheuten. Deze
zijn te herkennen aan de sterke groene kleur en aan de vele stekels. Omdat
ze onder het oculatiepunt groeien moeten deze zo diep mogelijk weggesnoeid
worden.In het voorjaar is het goed om verteerde organische mest of korrelmest
met een hoog kaligehalte (12+10+18) door de bovenste grondlaag te werken.
Rozen houden van een kalkrijke grond, het is daarom beter om geen tuinturf
te gebruiken.Rozen mogen in de zomer geen gebrek aan vocht hebben. In
een droge tijd moet er veel water gegeven worden.In juli krijgen rozen
nog een extra mestgift om nieuwe groei en bloei te stimuleren.
Bescherming in de winter
Begin december worden struikrozen gedekt met droog blad, waar overheen,
om wegwaaien te voorkomen, dennentakken worden gelegd. U kunt ook rondom
de struik 20 centimeter aarde aanbrengen (aanaarden). Het oculatiepunt
wordt op deze manier tegen vorst beschermd. Stamrozen moeten ook beschermd
worden op het oculatiepunt. De takken kunnen bij elkaar gebonden worden
en met stro in een strook plastic, voorzien van luchtgaatjes, worden gerold.
Groenblijvende heesters en coniferen
Groenblijvende heesters en coniferen worden meestal na de langste dag
gesnoeid. De sterkste groeiperiode is dan achter de rug en er kan meestal
volstaan worden met een snoeibeurt per jaar.
Als er na september nog gesnoeid wordt kan het gebeuren dat nieuwe scheuten
bij de eerste nachtvorsten bevriezen.
Groenblijvende heesters verdragen snoei heel goed. Het is goed mogelijk
om het gehele seizoen waar nodig storende takken weg te knippen. Lelijke
struiken kunnen geheel teruggeknipt worden.
De Skimmia kan, als hij te groot is geworden, geheel verjongd worden door
in een periode van 3 jaar steeds 1/3 gedeelte van de takjes diep weg te
knippen.
Coniferen, zoals Chamaecyparis en Thuja zijn schubconiferen. Deze soorten
moeten zoveel mogelijk hun natuurlijke groeiwijze behouden. Regelmatig
sporen houdt ze in vorm. Het sporen gebeurt met een scherp mes of snoeischaar.
Nieuwgegroeide scheuten worden teruggeknipt maar nooit tot op het oude
hout. Gedurende de maanden april tot augustus kunnen ze in vorm gesnoeid
worden.
Rigoureus terugsnoeien van schubconiferen is niet mogelijk doordat er
geen slapende ogen op het oude hout zitten. Snoeien tot op het oude hout
betekent in dit geval dat de tak hier niet meer uitloopt.
Platgroeiende coniferen kunnen ingekort worden door takken diep weg te
knippen. Het is de bedoeling dat andere takken over de snoeiplaats heen
zullen groeien en de snoeiplaats camoufleren. Platgroeiende coniferen
mogen nooit met de snoeischaar langs de buitenkant recht afgesnoeid worden.
Gebeurt dit wel zal de conifeer zijn natuurlijke groeiwijze niet meer
terugkrijgen.
Naaldconiferen verdragen snoei wel goed. Taxus en Juniperus kunnen zelfs
in vorm gesnoeid worden. Deze coniferen hebben wel slapende ogen en snoei
activeert deze zodat de plant zich goed hersteld.
Klim- en leiplanten
Klimplanten zijn in 3 groepen in te delen.
De eerste groep zijn klimplanten die bloeien van de lente tot de zomer
aan takken die het vorige jaar gevormd zijn. Ook de vroegbloeiende Clematissoorten
vallen hieronder.
Deze soorten moeten na de bloei gesnoeid worden. Na de snoei zullen zich
nieuwe ranken ontwikkelen die het volgende jaar weer zullen bloeien. Is
het de bedoeling om de plant de hoogte in te laten groeien dan volstaat
alleen het wegnemen van dood en zwak hout.
De tweede groep zijn klimplanten die bloeien vanaf de zomer op het nieuwe
hout. Deze soorten kunnen in maart na de vorst gesnoeid worden. Op de
nieuwe scheuten zullen in hetzelfde jaar de bloemknoppen gevormd worden.
De derde groep zijn bladplanten groenblijvend of bladverliezend en ontlenen
hun sierwaarde aan het blad. Deze soorten kunnen regelmatig in vorm gesnoeid
worden.
Bladverliezende soorten kunnen in de winter gesnoeid worden als de takkenstructuur
goed te zien is.
Klimplanten die aan de onderkant kaal geworden zijn krijgen weer meer
blad door regelmatig enkele takken diep weg te snoeien. Op deze manier
krijgt de plant weer nieuwe uitlopers.
Als in de zomer bij een snelgroeiende Wisteria (blauwe regen) de nieuwe
scheuten wat ingekort worden zal de plant in het volgende jaar beter bloeien.
Klimopsoorten met hechtwortels, zoals Hedera en Hydrangea (klimhortensia)
kunnen lelijke plekken in houten raamkozijnen veroorzaken. Door regelmatig
te snoeien kan dit verhinderd worden.
Hagen en vormsnoei
Bij pas geplante hagen is het goed om uitstekende takken regelmatig weg
te knippen. Slapende ogen zorgen ervoor dat de plant zijscheuten maakt
zodat de haag een dichte takenstructuur krijgt. De snoeitijd van een haag
hangt af van de soort haag die aangeplant is.
Langzaam groeiende strakke hagen zoals Taxus en beuk, kunnen 1x per jaar
in augustus gesnoeid worden.
Snelgroeiende strakke hagen zoals liguster moeten vanaf juni om de 4 tot
6 weken gesnoeid worden.
De grootbladige Prunus laurocerasus (laurier) moet met een snoeischaar
gesnoeid worden voor een mooi resultaat. Als deze met de heggenschaar
wordt gesnoeid zullen de bladeren half afgeknipt worden. Dit blijft lange
tijd zichtbaar en is geen fraai gezicht.
Als de haag in augustus / september gesnoeid wordt blijft hij de gehele
winter in de juiste vorm. Soms groeit een haag zo snel dat hij in juni
al aan een snoeibeurt toe is.
Het is goed mogelijk om de haag in juni een keer te knippen en in augustus
/ september nog een tweede keer. Vaker snoeien betekent dat slapende ogen
geactiveerd worden zodat de haag een dichte takkenstructuur krijgt.
Een haag moet aan de onderkant breder zijn dan aan de bovenkant. Het zonlicht
moet de takken goed kunnen bereiken. Gebeurt dit niet dan kunnen er kale
plekken in de haag ontstaan door het gebrek aan licht. Bij coniferen zijn
deze kale plekken niet meer te herstellen.
Losse bloeiende hagen moeten gesnoeid worden als heesters; de voorjaarsbloeiende
hagen na de bloei en zomerbloeiende hagen in het voorjaar. Besdragende
heesters kunnen het best gedeeltelijk gesnoeid worden nadat de bessen
afgevallen zijn.
Vormsnoei
Taxus en Buxus zijn van oudsher de soorten die gebruikt worden voor vormsnoei.
Ze zijn groenblijvend en hebben een dichte takkenstructuur. Regelmatig
knippen (2 tot 3 maal per jaar) is van groot belang om een goede vorm
te houden.
Liguster leent zich ook uitstekend voor vormsnoei maar groeit een stuk
sneller dan bovengenoemde soorten. Dit brengt uiteraard meer werk met
zich mee. Ook met conifeer, beuk, vuurdoorn en hulst kunnen met een beetje
fantasie in vormen gesnoeid worden.
Spelen met groene vormen is een mooie afwisseling in de tuin en is belangrijk
voor structuur in de wintertuin.
Bomen
We onderkennen twee belangrijke soorten bomen: Er zijn bomen met een kroon
op de stam en bomen met takken langs de gehele stam.
Bomen kunnen het best gesnoeid worden als het blad gevallen is. Het is
dan goed te zien hoe de structuur van de takken eruit ziet.
Om de boom in een goede vorm te houden is het belangrijk dat in de jeugdfase
al met het snoeien begonnen wordt. Op deze manier ontstaat er een goed
evenwicht in de boomkroon.
Snoei regelmatig en nooit te veel ineens. Te veel scheuten die zich op
een bepaald punt ontwikkelen moeten weggehaald worden. Te dicht gegroeide
kronen worden uitgedund en concurrerende takken weggehaald, evenals kruisende
takken en wilde scheuten.
Als het vriest mag er niet gesnoeid worden. De vorst brengt schade toe
aan de levende cellen, met als gevolg dat de snoeiwond veel meer tijd
nodig heeft om te herstellen.
Bij de druif, berk, kastanje, esdoorn, walnoot en Carpinus (beuk) komt
de sapstroom al vroeg op gang. Daarom moeten deze bomen en struiken voor
de jaarwisseling gesnoeid worden. Gebeurt dit later dan zullen de snoeiwonden
gaan bloeden; daar heeft de plant veel van te lijden. Bloedende soorten
kunnen eventueel ook in de zomer gesnoeid worden.
Als de onderste takken van een boom weggehaald worden kan een boom opgekroond
worden. Dit is handig als de boom b.v. het uitzicht wegneemt of als er
onder de boom doorgelopen moet worden. De lengte van de stam kan dan zelf
bepaald worden. Dit is niet het geval bij aanschaf van een geënte
boom op stam.
Een treurkatje op stam of amandelboompje groeit niet meer de hoogte in.
Belangrijk is daarom dat bij aanschaf goed op de juiste hoogte gelet wordt.
Als de top uit een boom is gehaald zal hij meerdere forse zijscheuten
krijgen. Dit is vooral het geval bij jonge bomen die nog snel groeien.
Deze zijscheuten moeten regelmatig weggenomen worden anders krijgt de
boom een vreemde vorm.
Fruitbomen en besheesters
Fruitbomen moeten de eerste jaren goed in vorm gesnoeid worden.
Na 3 jaar krijgen vruchtbomen pas vruchthout. Horizontaal groeiende takken
geven de beste vruchten. Er is een duidelijk verschil tussen vrucht- en
bladknoppen te zien. Vruchtknoppen staan op steeltjes en bladknoppen liggen
tegen de twijgen.
Spaar bij het snoeien het vruchthout. Er moet voldoende licht en lucht
in de plant kunnen komen zodat de vruchten zich goed kunnen ontwikkelen.
Te lang uitgegroeide takken moeten ingekort worden en kruisende takken
weggehaald. Het is van belang dat de struiken en bomen open blijven.
Het snoeien gebeurt net boven naar buiten gerichte knoppen. Dit heeft
tot gevolg dat de nieuwe scheuten naar buiten groeien zodat de plant een
goede open groeiwijze krijgt.
Fruitbomen kunnen goed in een bepaalde vorm geleid worden.
Voordat u een fruitboom aanschaft is het goed om eerst informatie te
vragen bij een gespecialiseerde kweker. Bij het snoeien van bessenstruiken
zoals kruisbessen, rode en witte bessen moeten elk jaar enkele oude takken
weggenomen worden. Als dit ieder jaar gebeurt blijft de plant jong.
|